De dagen van de bluegrassliefde - Ons derde lichaam - Oliver
In De dagen van de bluegrassliefde maken we kennis met Tycho Zelling, een 18-jarige Nederlandse jongen die na het middelbaar nog niet goed weet wat met zijn leven aan te vangen. Hij besluit daarom de zomer door te brengen als animator bij een Little World-kamp in Amerika. Op Schiphol ontmoet hij Oliver Kjelsberg, een Noorse voetballer die eveneens de zomer zal doorbrengen op het Little World-kamp. Er wordt meteen een vriendschap tussen beiden gesloten, maar Tycho merkt al gauw dat hij Oliver niet uit zijn hoofd krijgt. En ook al worden de jongens eerst gelinkt aan de vrouwelijke animatoren, toch blijkt ook Olivier interesse te hebben in Tycho. Ze geven beiden toe aan hun gevoelens en zo ontstaat er een zomerliefde die even hard nazindert als opzwepende bluegrass muziek. Ver weg van hun vertrouwde omgeving houden ze zich ook niet in om hun liefde steeds vaker openlijk te uiten. Maar is de wereld daar wel klaar voor? En zijn zijzelf daar ook wel klaar voor, zeker als ze terug naar hun thuisstad moeten gaan?
De dagen van
de bluegrassliefde is
een boek geschreven in 1998 en kijkende nu naar de populariteit van young adult
boeken en het feit dat queer boeken in de slipstream daarbij ook aan aandacht
hebben gewonnen, lijkt het boek wel zijn tijd ver vooruit te zijn en is het daarom ook zo'n belangrijk boek in de Nederlandse literatuur en een trots voor de LGBTQIA+-gemeenschap. Bovendien
schreef auteur Edward van de Vendel het boek ook met een specifieke
reden. Hij wou namelijk een boek schrijven over queer joy, iets wat hij tot dan
nog niet was tegengekomen en waarvan hij zelf wou dat hij zo’n boek als tiener
kon lezen. De term queer joy kwam pas veel later in de picture. Waardoor het dus
niet hoeft te verbazen dat het boek ondertussen al aan zijn tiende druk toe is
en nog steeds populair is.
Het helpt natuurlijk ook dat 25 jaar na datum het verhaal nog steeds ijzersterk overeind blijft staan en het ook nog steeds niet gedateerd aanvoelt. Het verhaal van Tycho en Olivier is een tijdloos verhaal waarbij Edward van de Vendel heel treffend de opvlammende liefde tussen de twee jongens weet te beschrijven. Hierdoor is het ook niet moeilijk om te begrijpen waarom jongeren nog steeds aangetrokken worden tot het verhaal, zeker als ze zelf worstelen met hun seksuele identiteit.
Toch moet ik ook toegeven dat ik als oudere lezer wel ergens wat op mijn honger bleef zitten na dit eerste boek. Al is het ook wat dubbel, hoor. Aan de ene kant is de schrijfstijl zeker wat eenvoudig en richt het zich duidelijk op tieners. Bovendien is het boek ook maar 145 pagina’s lang, waardoor het natuurlijk heel vlot en snel leest. Dus je wilt eigenlijk ook wel wat meer, omdat je in die 145 pagina’s toch ook wel heel graag in het gezelschap bent van Tycho en Olivier. Net omdat het voor de lage landen ook zo’n uniek boek is. Maar aan de andere kant moet ik nu ook zeggen dat ik niet kan zeggen dat het verhaal niet compleet is. De opbouw van het verhaal is logisch, er gebeuren de juiste dingen, het is niet dat het verhaal wordt afgehaspeld, …. Het voelt eigenlijk wat aan alsof het verhaal van alle ballast is ontheven en er geen woord of alinea teveel of te weinig is aan verspild. En toch wou ik na het boek net wel dat er wat meer verhaal was, die extra alinea, … en dat het dus toch wat meer mocht zijn.
Mocht ik dan ook enkel het eerste boek gelezen hebben, dan zou ik met een teleurgesteld gevoel achter zijn gebleven. Gelukkig had ik de keuze gemaakt om ook meteen Ons derde lichaam en Oliver aan te schaffen en de boeken na elkaar te lezen. Die boeken zijn niet echt vervolgboeken in de traditionele zin van het woord, al spelen ze zich natuurlijk wel af rond het verhaal van het eerste boek. Maar mijn persoonlijke mening is dat ik ze moeilijk als een trilogie kan bekijken omdat elk boek zich focust op 1 van beide hoofdpersonages van het eerste verhaal.
Ons derde lichaam speelt zich direct af na de zomer van het eerste boek en vertelt het verhaal van Tycho verder. Na zijn avontuur over het water is hij terug thuis in Nederland en is hij ook uit de kast. Hij besluit zich in te schrijven voor een opleiding bij de Nationale Schrijfacademie en vertrekt hiervoor op kot naar Rotterdam. Daar deelt hij de woning met eerst Vonda en later komt daar nog Moritz bij. De klik met Vonda is er meteen. Ze is vrolijk, luidruchtig, heftig en neemt Tycho helemaal mee op sleeptouw waardoor ze algauw beste vrienden worden. Bovendien is Vonda ook een steengoede zangeres, die plots wordt opgemerkt door iemand in de muziekindustrie. Ze krijgt de kans om een liedje in te zingen die zal meedoen aan de preselecties voor het Songfestival. Om niet alleen te staan in dit avontuur betrekt ze haar twee kotgenoten Tycho en Moritz in dit avontuur. En zo komt Tycho in een wereld terecht die alles op zijn kop lijkt te zetten. Maar is dit wat Tycho wel wilt? Zeker als hij ontdekt dat alles rond het avontuur niet is wat het lijkt.
Na Ons derde lichaam kan ik niet zeggen dat ik terug op mijn honger bleef zitten. Het taalgebruik blijft nog steeds eenvoudig, maar het plot is rijker geworden en er zit dus duidelijk meer vlees aan het verhaal. Ging De dagen van de bluegrassliefde nog over de liefde, dan gaat dit tweede boek vooral over vriendschap en de vele emoties die hierbij komen kijken. Vreugde, verbondenheid, kameraadschap, maar ook jaloezie, verraad, leugens. Wederom slaagt Edward van de Vendel erin om de lezers in zijn verhaal mee te trekken en ook dit is een boek die zeker de net iets oudere tieners enorm kan aanspreken. Het leest vlot, het is herkenbaar, het verhaal zit terug goed in elkaar en wordt knap en beeldend verteld. Daarnaast gaat het ook nog steeds over het volwassen worden van Tycho die probeert te zoeken wie hij is en wat zijn plek in deze wereld is. Hij ontdekt doorheen dit verhaal zijn talenten, verkent ook de homowereld en wat en wie hij zelf belangrijk vindt in zijn leven.
Oliver vertelt dan weer het verhaal van de Noorse Oliver Kjelsberg en dit voor de gebeurtenissen van de zinderende zomer van het eerste boek. We ontmoeten Oliver wanneer hij 16 is en zijn debuut maakt als keeper bij de plaatselijke eerste ploeg. Een knappe redding zorgt meteen dat hij de held van de match is. Maar de vreugde is van korte duur. Wanneer hij thuiskomt van de wedstrijd is het huis bevreemdend leeg. Het enige wat hij merkt is dat er een doos met een jong katje op de vriezer staat. Maar geen ouders te bespeuren. Hij had die avond afgesproken met Benedik, zijn neef en beste vriend. Benedik heeft een paar jaar terug zijn vader verloren in een ongeval en dat zorgde ervoor dat de banden nog hechter zijn geworden. Benedik wou na de match nog naar Zomerdate, een fuif in de buurt in de hoop terug tijd door te brengen met Wenche, een vroeger liefje. Toch kan Oliver op het feestje het bevreemde gevoel van thuis niet meer van zich afschudden en als hij een raar telefoontje naar zijn moeder doet, besluit hij terug huiswaarts te gaan. Daar krijgt hij te horen dat zijn vader een affaire heeft opgebiecht aan zijn moeder en voorlopig niet meer thuis komt. Oliver weet niet goed wat te denken of voelen en vlucht naar Benedik om aan een nieuwe realiteit te ontsnappen.
Na liefde, vriendschap staat in dit derde boek familie centraal en de nodige emoties die hierbij te pas komen. In tegenstelling tot de twee andere boeken had ik het gevoel dat dit boek iets minder vlot las. Dat heeft wat zo zijn redenen. Oliver is op zich een wat stug personage en een groot deel van het verhaal lijkt hij altijd maar weg te vluchten en de situatie te ontlopen. Hij moet de realiteit onder ogen leren zien, maar hij wilt ze niet echt leren zien. Hij wilt dat de dingen blijven zoals ze waren en hij wilt vooral ook dat iedereen zijn eigen problemen oplost en hem er niet bij betrekt. Maar hoe hard hij ook wegloopt, de realiteit haalt hem toch telkens in. En die realiteit gaat niet alleen over zijn ouders, het gaat ook over Benedik, het verleden en zijn eigen seksualiteit.
Doordat hij telkens weer de vlucht vooruit neemt, lijkt het verhaal een lange tijd rond de hete brij heen te draaien. En omdat dit procedé een paar keer herhaald wordt, begin je u zelfs wat te ergeren aan het boek en Oliver als personage. Het hoort natuurlijk ook bij opgroeiende pubers, dat gedrag (en het ligt ook wel in de lijn van zijn gedrag uit eerste boek), maar je ziet als lezer de resterende pagina’s slinken en er lijkt niet echt een doorbraak te komen. Maar dan kom je plots naar de finale van het verhaal en vallen alle puzzelstukjes die zorgvuldig in de loop van het boek werden klaargelegd in elkaar en moet ik eerlijk bekennen dat het einde zelfs langer bleef nazinderen dan het einde van het eerste boek. Want plots bekijk je Oliver niet meer als de irritante tiener die zich geen raad weet met zijn gevoelens en de situaties en daarom telkens lijkt weg te rennen, maar als een jongeman die zichzelf op het zwaard gooit uit liefde voor de anderen. Net op dat moment besef je ook meteen waarom Tycho zo verliefd op hem is kunnen worden in het eerste boek.
De dagen van de bluegrassliefde, Ons derde lichaam en Oliver vormen samen wel een eenheid, maar zoals reeds gezegd, het is ook niet echt een trilogie zoals je van een trilogie zou verwachten. Maar ze hebben alle drie wel dezelfde troeven. Ze zijn ontzettend mooi geschreven, ze weten telkens de juiste emotionele snaren te beroeren, het zijn sterke verhalen over volwassen worden en de pijnen die hiermee soms gepaard gaan en de drie boeken samen zijn ook boeken die niet alleen tieners, maar ook zeker en vast de oudere lezer nog weten te raken en te bekoren. En na het lezen ervan hoop ik dat het verhaal van de twee jongemannen nog niet ten einde is en dat we toch nog een nieuw boek mogen verwachten waarin ze terug beiden centraal staan en hun verhaal samen verder verteld wordt.
De drie boeken las ik in de periode 23 december 2023 - 14 januari 2024.
Naar aanleiding van het tweede boek werd het liedje waarmee Vonda, Tycho en Moritz deelnemen aan de preselecties voor het Songfestival ook effectief gemaakt en kan je hieronder beluisteren.



Reacties
Een reactie posten